Professional nieuws

Codex Alimentarius

In 2008 werd Biologica veel gebeld door mensen die zich zorgen maakten over de Codex Alimentarius. Er deed een e-mail de ronde, waarin diverse onjuistheden stonden. In het onderstaande worden al deze kwesties besproken. Het moge duidelijk zijn dat de normen van de Codex niet de normen van de biologische landbouw of Biologica zijn. De volgende vragen worden in het onderstaande behandeld:

  • Wat is de Codex Alimentarius?
  • Klopt het dat al het voedsel moet zijn bestraald?
  • Klopt het dat elk dier dat als voedsel gebruikt wordt behandeld moet zijn met hormonen?
  • Klopt het dat elk gewas dat voor consumptie gebruikt wordt moet zijn bespoten met pesticiden?
  • Klopt het dat alle vitaminen en mineralen vanaf december 2009 verboden worden?
  • Wie zitten er in de Codex?
  • Hebben maatschappelijke organisaties een stem in de Codex? 
  • Hoe is het met de Nederlandse inbreng in de Codex?
  • Is de Codex een wet?
  • Wat is het belang van de Codex?
  • Waarover gaan de normen van de Codex?
  • Hoe werkt de invloed van de Codex in de praktijk?
  • Wat doet Biologica aan de Codex?
  • Waarom duurt het zo lang voordat een nieuwe Codex-norm wordt aangenomen?
  • Kan iedere organisatie lid worden van de Codex Alimentarius?
  • Meer weten?

Wat is de Codex Alimentarius?
De Codex Alimentarius is de naam van een project van de FAO (internationale voedsel- en landbouworganisatie) en de WHO (wereldgezondheidsorganisatie). Het bestaat sinds 1963 en heeft als doel mondiale normen op te stellen voor voedsel. Het gaat om normen over voedselveiligheid en -hygiëne, verwerking en opslag, etikettering, kwaliteit en verpakkingen.

Klopt het dat al het voedsel moet zijn bestraald?
Nee, dit klopt niet. Voedseldoorstraling is (naast andere methoden) slechts één techniek waarvoor gekozen kan worden om de veiligheid en houdbaarheid van voedsel te verhogen. Doorstraling van voedsel is een procedure waarbij ioniserende straling door het voedsel wordt geleid om zo micro-organismen te doden die voedselbederf of ziekten bij plant, dier of mens kunnen veroorzaken. Verschillende nationale en internationale adviesorganen hebben de voordelen en risico’s van het doorstralen van levensmiddelen bestudeerd, en zijn allen tot dezelfde conclusie gekomen: doorstraling van voedsel vormt geen gevaar voor de gezondheid als dit onder de juiste omstandigheden en tot een bepaald stralingsmaximum wordt gedaan. Als voorwaarde stellen deze organisaties wel dat sommige producten ná doorstraling koel worden bewaard (Bron: Voedingscentrum). Het is dus een conserveringsmethode waar in sommige omstandigheden voor gekozen kan worden, het is dus zeker geen verplichting om deze te gebruiken.

Klopt het dat elk dier dat als voedsel gebruikt wordt behandeld moet zijn met hormonen?
Nee, dit klopt niet. In de Europese Unie is het gebruik van hormonen in landbouwhuisdieren zelfs verboden. Er zijn echter landen waar het gebruik van hormonen om de groei van landbouwdieren (zoals runderen en varkens) te bevorderen en de melkgift te verhogen wél is toegestaan.
De Codex heeft momenteel geen bepalingen vastgesteld voor het gebruik van hormonen in landbouwdieren. Wel speelt hier een discussie over in het Codex comité voor de diergeneesmiddelen (CCRVDF). Het wetenschappelijk comité dat dit comité ondersteunt (JECFA), heeft namelijk vastgesteld dat het gebruik van de natuurlijke hormonen testosteron, oestradiol en progesteron ter bevordering van de groei veilig zou zijn. Producten afkomstig van dieren die met deze hormonen (in een bepaalde lage dosering) zijn behandeld, zouden veilig zijn om te eten. Ook van twee niet-natuurlijke hormonen, zeranol en trenbolon, stelt JECFA dat het gebruik ervan in runderen veilig is. Deze uitspraak betekent dat het wetenschappelijk comité vindt dat deze stoffen gebruikt mogen worden, en dus niet dat dit moet. De EU is het niet eens met de evaluaties van JECFA, en stelt dat het gebruik van de genoemde hormonen niet veilig is. Zoals vermeld is het gebruik van hormonen voor de bevordering van groei en/of melkgift van landbouwhuisdieren in de hele EU en dus ook in Nederland verboden (96/22/EG, 1999/879/EG).

Klopt het dat elk gewas dat voor consumptie gebruikt wordt moet zijn bespoten met pesticiden?
Nee, dit klopt niet. Pesticiden, of gewasbeschermingsmiddelen zoals deze ook genoemd worden, worden gebruikt als daar een noodzaak voor is, bijvoorbeeld als de oogst bedreigd wordt door ongedierte of onkruiden. In de biologische landbouw mogen zelfs helemaal geen synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt worden.
Binnen de Codex zijn door het Codex comité voor de pesticiden (CCPR) standaarden ontwikkeld voor onder andere goed gebruik van pesticiden, analysemethoden voor het opsporen van resten van pesticiden in landbouwproducten, hoe monsters van producten moeten worden genomen, en de Maximale Residu Limieten (MRLs) van een pesticide dat in of op groente, fruit of granen aanwezig mag zijn. De voorstellen voor Codex MRLs worden opgesteld door een wetenschappelijk panel (JMPR), waarbij onder andere rekening wordt gehouden met hoe giftig het middel is, wat een consument zou kunnen binnenkrijgen en het wereldwijde gebruik van een bepaald pesticide (voor zover dat bekend is).
Europa heeft eigen regelgeving met betrekking tot de toelating en gebruik van pesticiden, met bijbehorende MRLs. Uitgangspunten bij het vaststellen van de EU MRLs zijn hetzelfde als voor Codex, ze moeten de veiligheid van de consument en toepasser garanderen en mogen niet hoger zijn dan de gehalten die achterblijven bij  een juist gebruik van het pesticide. De EU heeft voor meer pesticiden dan de Codex MRLs vastgesteld. Er staat echter nergens dat deze pesticiden gebruikt moeten worden.
Nederland is zoals elk land van de EU zelf verantwoordelijk voor de toelating van pesticiden op haar grondgebied. Wel mag een Europees land alleen die pesticiden toelaten die op de Europese lijst staan. Áls een land een middel van de lijst toelaat, moet ook de bijbehorende Europese MRL overgenomen worden. Welk middel een land toelaat, hangt af van specifieke nationale omstandigheden, bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde plantenziekten. Hierdoor kan het pakket toegelaten middelen per Europees land variëren.

Klopt het dat alle vitaminen en mineralen vanaf december 2009 verboden worden?
Deze berichten zijn niet juist. De Codex vitaminen- en mineralenrichtlijn (CAC/GL 55-2005) is op 4 juli 2005 door Codex aangenomen. In deze richtlijn wordt aangegeven dat een supplement een minimale hoeveelheid aan mineralen of vitaminen moet bevatten van 15% van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Tevens kunnen maximale adviesnormen voor vitaminen en mineralen te worden vastgesteld op basis van een aantal criteria. Van een verbod op vitaminen en mineralen is dus geen sprake.
In de EU is de richtlijn voor voedingssupplementen (Richtlijn 2002/46/EG) en de verordening voor claims (Verordening EG/1924/2006) bepalend voor wat voor supplementen er in de toekomst nog op de EU-markt mogen komen. De EU-richtlijn voor voedingssupplementen (2002/46/EG) is momenteel nog in ontwikkeling. De vast te stellen criteria voor stoffen in supplementen (voor vitaminen en mineralen, maar vooral ook voor andere stoffen/producten die er nog in kunnen zitten, zoals kruiden) zijn momenteel nog niet vastgesteld. In Brussel overleggen de Europese lidstaten nog hierover. In Nederland is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport verantwoordelijk voor het beleid over voedingssupplementen.

Wie zitten er in de Codex?
Landen zijn lid van de Codex. De Codex telt momenteel 173 landen als lid en vertegenwoordigt daarmee ca. 98% van de wereldbevolking. Ook waarnemers (observers) van internationale organisaties, onder andere uit het bedrijfsleven en consumenten-organisaties, zijn betrokken bij het ontwikkelen van de normen en richtlijnen. Deze organisaties hebben geen stemrecht binnen de Codex, maar mogen wel bij vergaderingen aanwezig zijn en advies geven.

Hebben maatschappelijke organisaties een stem in de Codex? 
Maatschappelijke organisaties en belangenbehartigers uit het bedrijfsleven mogen niet meestemmen binnen de Codex, maar wel in de comités zitting nemen en advies geven. De participatie van de observers in de Codex was tot 1993 zeer eenzijdig. Van de particuliere deelnemers kwam 81% uit de industrie en slechts 1% uit organisaties die publieke belangen behartigen. En naast 104 landen namen maar liefs 100 voedings- en agrochemische industrieën deel. Dat veranderde na heftige kritiek geuit in het rapport Cracking the Codex (1993). Daarop werd besloten dat de nationale Codex-comités, die de lidstaten ondersteunen, representatief moeten zijn samengesteld.
Toch is op mondiaal niveau de participatie in de Codex nog eenzijdig. Van de ruim 150 vertegenwoordigers van particuliere organisaties komt het overgrote deel uit de industrie. De NGO-vertegenwoordiging blijft beperkt tot Consumers International, de International Association of Consumer Food Organisations, enkele organisaties op het gebied van voeding en slechts één gezondheidsorganisatie: de World Medical Association. Voor de biologische sector neemt de IFOAM deel aan Codexvergaderingen die voor haar belangrijk zijn. De particuliere organisaties kunnen met een goede voorbereiding via hun spreekrecht (zonder tijdslimiet) serieus invloed uitoefenen op de discussie. De stuurgroep Technology assessment (een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van LNV) signaleert wel dat NGO’s steeds minder vaak op vergaderingen van het comité verschijnen. Redenen: hun financiële middelen zijn beperkt, de materie is vaak erg technisch, de besluitvorming in de mondiale organisatie gaat erg traag en het blijft vaak onduidelijk wat er met hun inbreng is gebeurd. Kortom, de resultaten wegen nauwelijks op tegen de kosten.

Hoe is het met de Nederlandse inbreng in de Codex?
In Nederland zijn het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) samen verantwoordelijk voor de Nederlandse bijdrage aan de Codex Alimentarius. Nederlandse standpunten worden door beide ministeries bepaald in overleg met het bedrijfsleven en consumentenorganisaties, in een standpuntenrapport (‘position paper’).
Nu is sinds begin 2004 de Europese Commissie een volwaardig lid van de Codex Alimentarius. In de meeste gevallen zal daarom de Europese Commissie als woordvoerder van de EU-landen optreden. De position paper dient dus als richtlijn voor de Nederlandse inbreng in de voorbereidende EU-vergadering in Brussel en de daaropvolgende Codex-comité vergadering. Het is overigens wel voor iedere lidstaat mogelijk afzonderlijk te spreken en nationale standpunten naar voren te brengen.

Is de Codex een wet?
Nee, de Codex is geen wet. Het zijn normen die op basis van internationale consensus worden aangenomen. Codex normen kunnen worden overgenomen door landen wanneer nationale wetgeving ontbreekt of wanneer landen geen mogelijkheid hebben om eigen beleid te ontwikkelen. Een wet wordt het pas wanneer landen de codex normen in hun eigen wetgeving opnemen.

Wat is het belang van de Codex? 
De Codex is een belangrijke reeks van normen door de verbinding met de WTO. Aanvankelijk waren de Codex-normen niet bindend, maar dat werden ze wel na de oprichting van de WTO in 1995. Zowel in de Agreement on Sanitary and Phytosanitary Measures (SPS, gaat onder meer over voedselveiligheid) als in de Agreement on Technical Barriers to Trade (TBT, gaat over andere aspecten dan voedselveiligheid, zoals milieu) van de WTO wordt verwezen naar de normen van Codex. Daarmee heeft de Codex een dubbel mandaat gekregen: beschermen van de gezondheid van de consument en garanderen van eerlijke handel in voedsel.
Landen mogen wel een hogere standaard hanteren dan de Codex, maar dat mag niet discriminerend werken en geen onnodige handelsbelemmering opleveren. Daardoor krijgt de discussie over de wetenschappelijk onderbouwde normen een politieke lading. Des te belangrijker is het dat NGO’s serieus in de Codex kunnen participeren en dat de transparantie hoog is: de verslagen van de vergaderingen zijn openbaar en te vinden op de website van de Codex Alimentarius: www.codexalimentarius.nl.

Waarover gaan de normen van de Codex?
De Codex houdt zich niet alleen bezig met voedselveiligheid, maar ook met voedselkwaliteit in bredere zin. Zo zijn er verschillende Guidelines for Claims, waaronder de Guideline for Use of Nutrition and Health Claims (waarin ook normen zijn opgenomen voor etikettering van bijvoorbeeld suiker en vet wanneer een product met weinig of geen vet) en Guidelines on Nutrition Labeling. Ook zijn er commissies voor food labeling en voor voeding en dieetvoedsel. Duurzaamheid valt buiten het mandaat van de Codex. De Commissie voor Food Labelling heeft in 1991 ook een richtlijn afgesproken voor de productie, verwerking, labelling en verkoop van biologische producten. Deze richtlijn is hier te vinden.
De IFOAM (International Federation of Organic Agricultural organisations) heeft de status van “observer” voor de Codex comites. Dat betekent dat ze deelneemt aan Codex vergaderingen die voor de biologische sector belangrijk zijn. Biologica is lid van de IFOAM.

Hoe werkt de invloed van de Codex in de praktijk?
Een bekend voorbeeld is het gebruik van hormonen bij de productie van vlees. Er loopt al zeker 12 jaar een geschil tussen de Verenigde Staten en Canada enerzijds en de Europese Unie anderzijds. De Europese Unie verbiedt de invoer van en de handel in met hormonen bewerkt vlees. Dergelijk vlees wordt onder andere in de Verenigde Staten en Canada geproduceerd. Deze landen hebben bij de WTO in januari 1996 hun geschil met de Europese Commissie voorgelegd. Daarbij betoogden ze, met een beroep op de Codex, dat er geen wetenschappelijk bewijs is dat de gebruikte hormonen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat de Europese Commissie import dus niet mag weigeren. Ze kregen daarin gelijk van een WTO-panel. Omdat de Europese Unie volhardde in haar weigering hebben de VS en Canada sancties opgelegd tegen Europese landbouwproducten. Het conflict loopt nog steeds.
Een ander recente discussie geeft aan hoe groot het belang is van actieve deelname in de Codex. Eind april 2008 was er een bijeenkomst van het Comité voor voedseletikettering (food labelling). Op de agenda stonden de regels voor de etikettering van producten die met hulp van GMO’s zijn gemaakt. De Verenigde Staten stelde in deze vergadering voor te stoppen met maken van aanbevelingen voor etikettering van GMO-producten. De relevantie: Zodra er Codex normen zijn, kunnen landen die via verplichte etiketten zichtbaar maken welke producten met hulp van GMO’s worden gemaakt, niet beticht worden van handelsbelemmerende activiteiten. De VS kregen weinig steun, mede als gevolg van actieve lobby van NGO’s bij hun afgevaardigden. De aanbevelingen voor GMO-etikettering wordt wel verder uitgewerkt. Hoewel er nog een hele lange weg te gaan is voordat er een standaard ligt, is deze stap al winst voor de biologische sector.

Wat doet Biologica aan de Codex?
Biologica is lid van de IFOAM. De IFOAM in de wereldwijde organisatie voor de biologische productie. De IFOAM heeft observerstatus, dat betekent dat ze naar alle Codex vergaderingen gaat die voor de biologische sector belangrijk zijn. Op nationaal niveau heeft Biologica regelmatig overleg met de contactpersoon bij het ministerie van LNV voor het Codex Comité voor Food Labelling (CCFL). Dat is het Comité dat onder andere normen voor de biologische sector heeft opgesteld. Het overleg is vooral in het kader van Europese regels voor biologische landbouw, omdat dit rechtstreeks toepasselijke wetten zijn voor de biologische sector, maar belangrijke ontwikkelingen bij het CCFL worden hier ook besproken. 

Waarom duurt het zo lang voordat een nieuwe Codex-norm wordt aangenomen?
Aangezien de Codex Alimentarius een internationale organisatie met 177 participerende leden is, is het bijna onvermijdelijk dat de besluitvorming een traag proces is. De vergaderingen van de verschillende comités vinden in verschillende landen plaats en worden meestal in de hoofdvoertalen van de Codex gehouden (Spaans, Frans en Engels). Alle documenten worden dus ook vertaald naar deze talen. Een nog belangrijker argument is dat over elke norm in principe een consensus bereikt moet worden. Vooraf aan deze consensus moet elk lid in de gelegenheid gesteld worden middels ‘circular letters’ en ‘position papers’ een bijdrage te leveren en een standpunt te formuleren. De ontwikkeling van voorstel tot norm is vastgelegd in een 8-stappen plan van de Codex Alimentarius.

Kan iedere organisatie lid worden van de Codex Alimentarius?
De Codex Alimentarius kent ‘landen-leden’ en ‘observers’. De landen-leden zijn altijd afgevaardigden van landelijke overheidsinstanties. Observers kunnen van overige officieel erkende organisaties zijn, zoals verenigingen vanuit het bedrijfsleven, consumentenorganisaties of wetenschappelijke instanties. Men maakt onder de observers nog een onderscheid tussen ‘non-governmental organisations’ (NGO’s) en ‘intergovernmental organisations’ (IGO’s). Meestal melden landen, die lid willen worden van de World Trade Organization (WTO) zich ook gelijk aan voor een lidmaatschap van de Codex Alimentarius. Leden en observers mogen naar alle bestaande comités afgevaardigden sturen. Een uitzondering hierop vormt het CCEXEC (Codex Executive Committee). Dat is namelijk niet toegankelijk voor observers. Het CCEXEC is het uitvoerend orgaan van de Codex Alimentarius Commission en bestaat uit zes leden die afgevaardigd zijn uit de zes wereld-regio’s van de Codex. 

Meer weten?

  • Radar heeft op 19 mei 2008 een deel van haar uitzending aan dit onderwerp gewijd. Deze is nog hier te zien.
  • De Stuurgroep Technology Assessment is een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van LNV. Ze heeft in 2008 een rapport gepubliceerd met als titel "Voedselkwaliteit: waarden voor je geld". Het is een advies aan de minister van LNV. Op pagina 31-34 wordt aandacht besteed aan de Codex Alimentarius. Meer informatie: www.stuurgroepta.nl.
  • Op de website www.codexalimentarius.nl staat uitvoerig uitgelegd hoe standaards in de Codex tot stand komen. 
  • IFOAM is observer bij Codex comitévergaderingen die voor haar belangrijk zijn: www.ifoam.org.
  • The Organic Standard is een maandelijks Engelstalig digitaal tijdschrift over normen voor de biologische sector wereldwijd. Het besteedt ook aandacht aan ontwikkelingen in de Codex Alimentarius voor zover belangrijk voor de biologische sector. www.organicstandard.com.
  • Heeft u nog vragen, neem dan contact op met Marian Blom, blom@biologica.nl.